PLAAT 005: Pink Floyd – The Wall

Categories Plaat voor m'n kop

Onder de noemer Plaat Voor M’n Kop wekelijks op vrijdag de persoonlijke verhalen bij LP’s (en af en toe cd’s) die mijn leven gevormd hebben. Deze week The Wall van Pink Floyd.

EKNL-plaat005
‘Is there anybody… out… there?’

Sinds voormalig Pink Floyd frontman Roger Waters zijn magnum opus The Wall voor het eerst zoals hij het écht bedoeld heeft de wereld over brengt, staat het gelijknamige Pink Floyd album weer volop in de belangstelling. The Wall is het meest verkochte dubbelalbum aller tijden. Maar wie regelmatig een tweedehands platenwinkel bezoekt, kan ook constateren dat het een album is dat uit het oeuvre van Pink Floyd het vaakst weer wordt weggedaan. Is de klassieker wel zo geniaal als ‘ie de boeken in is gegaan? Wellicht niet, maar voor mij is het album erg bijzonder.

Demonen
The Wall is natuurlijk boven alles het verhaal van Roger Waters en de manier waarop hij werd gevormd in zijn leven in het na-oorlogse Engeland. Vanaf opener In The Flesh? (dat overigens exact start waar het einde van het album stopt – daarmee een vicieuze cirkel implicerend) word je meegezogen de wereld van het karakter Pink in. Van geboorte (The Thin Ice), tot het verlies van zijn vader (Another Brick In The Wall (part I)), de ongelukkige schooljaren (The Happiest Days Of Our Lives, Another Brick In The Wall (part II)) en het overbezorgde, beklemmende bedrag van zijn moeder (Mother), de schuilkelders in de oorlog (Goodbye Blue Sky) en daarna in één ruk door naar het stuklopende huwelijk en het rocksterrenbestaan, tot Pink wegzinkt in catatonische staat en zijn muur definitief dichtmetselt (Goodbye Cruel World). Op de tweede schijf zit Pink achter die muur (Hey You) en verandert hij – volgepompt met drugs die hem door een optreden heen moeten helpen – hallucinerend langzaam maar zeker in een fascist (In The Flesh!, Run Like Hell, Waiting For The Worms) tot hij de strijd met zijn demonen aangaat en de muur om hem heen neerhaalt (The Trial, Outside The Wall). Maar dat verhaal heeft veel raakvlakken met hoe ik in het leven sta. En als jonge jongen putte ik kracht uit die herkenning.

Muur optrekken
Inmiddels weet ik dat ik het Syndroom van Asperger heb, een autismespectrumstoornis waar ik prima mee kan functioneren. Maar ook eentje die het voor mij moeilijk maakt om écht contact te maken met mensen en echt goed aan te voelen wat een ander bedoelt. Dat ik dat had (dat het überhaupt bestond) wist ik eind jaren tachtig, begin jaren negentig zeker nog niet. In mijn schooltijd bouwde ik dan ook daadwerkelijk een muur om me heen. Destijds volledig uit zelfbescherming. Zo hield ik me staande. Inmiddels weet ik dat als die zelf opgetrokken muur is afgebroken, er nog steeds een andere ‘muur’ tussen mijzelf en mensen om me heen staat. Een muur die een stuk hardnekkiger is en die ik stukje bij beetje probeer af te breken om zo normaal mogelijk door het leven te gaan en dat gaat steeds beter. Maar soms gaat dat dus weer hopeloos mis en dan trekt die muur zichzelf weer op.

Traantje
In 2011 zag ik The Wall voor het eerst live in het GelreDome en tijdens die show was tijdens Hey You een moment te zien wat de adem deed stokken. Het nummer wordt van achter een volledig opgetrokken muur gezongen. Ergens halverwege ging ‘ie op een kier, terwijl de door Waters aangevoerde ‘surrogate band’ zingt:

“But it was only a fantasy
The wall was too high as you can see
No matter how he tried he could not break free
And the worms ate into his brain.”

Het figuur achter de muur komt vervolgens als een bezetene naar voren gerend en smijt de kier resoluut weer dicht en die muur is weer ondoordringbaar. Zo in woorden maakt het weinig indruk, maar terwijl ik daar stond viel mijn kaak op de grond. Dát was exact hoe het er in mijn hoofd soms aan toe gaat. Het is nooit het visuele spektakel dat me getrokken heeft in Pink Floyd. Maar verdorie, wat een impact maakte de show en hoe ‘spot on’ was dat fragment. The Wall live is zo’n volledig andere beleving dan The Wall op LP, als film of op cd. Feit is dat de muziek van het The Wall album, aangedikt met krachtige en soms schokkende beelden geprojecteerd op een tientallen meters hoge en brede muur, als voorstelling alleen maar aan kracht wint. Een ultieme stadionshow, die bijzonder genoeg is ontstaan omdat Waters eind jaren ’70 zelf zo’n hekel aan onpersoonlijke stadions had. Die paradox maakte het een ervaring die surrealistisch was. Zelden had zo’n grote show op mij het effect van een intiem en bijna persoonlijk optreden. Met een klein traantje in de ooghoek verliet ik het GelreDome weer.

Edgar Kruize is freelance tekstschrijver en journalist. Gespecialiseerd in (live) entertainment, muziek en film en daarnaast in teksten voor de zorgsector.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *