TrosKompas Oeuvre Award voor Peter Koelewijn

Categories Interview

Morgen viert Peter Koelewijn zijn 70ste verjaardag. De ‘Godfather of Dutch Rock ‘n Roll’ heeft echter nog de levenslust van een jonge hond en hij ontving op 16 december jongstleden een TrosKompas Oeuvre Award op het Sterren.nl Awards Gala. Dat gala wordt komend weekend op televisie uitgezonden. Vandaar dat in de TrosKompas die vandaag is verschenen mijn interview met Koelewijn te lezen is naar aanleiding van zijn prijs.

TrosKompas Oeuvre Award Winnaar
Peter Koelewijn

Op 16 december ontving Peter Koelewijn de eerste TrosKompas Oeuvre Award tijdens het Sterren.nl Awards Gala, dat deze week op televisie wordt uitgezonden. Een prijs die slechts voor de allergrootsten in de Nederlandse muziekgeschiedenis is weggelegd. “Ik ben gevleid”, aldus Koelewijn.

De op 29 december 1940 in Eindhoven geboren Koelewijn is de geschiedenis ingegaan als de eerste echte Nederlandse rocker. Wie op een willekeurige straat in een willekeurige plaats ‘Hee, HEE!’ roept, zal van iedere voorbijganger direct de kreet ‘Kom van dat dak af’ als vervolg horen. Koelewijn is zo veel meer dan alleen die ene hit die in de loop van zijn carrière maar liefst vier keer de hitparades met succes beklom (en waarvan recent een heel leuk boek is verschenen over de totstandkoming er van). Hij heeft de afgelopen decennia namelijk met vrijwel iedere Nederlandse artiest die er toe doet (of deed) gewerkt. Intensief met mensen als Bonnie St.Claire, Grant & Forsyth, Cliff Richard, Helmut Lotti en Nico Haak bijvoorbeeld, maar ook met iedereen van André Hazes tot Engelbert Humperdinck en van Willeke Alberti tot Normaal. “Soms komen mensen naar me toe met een plaatje waarvan ik zelf niet eens meer weet dat ik er aan gewerkt heb”, zo lacht Koelewijn. “Maar dan staat mijn naam er toch echt op, dus dan moet het wel!”

TROS-Kompas-Oeuvre-Award-bLekker gevoel
Koelewijn is het levende bewijs dat muziek een mens jong houdt. Als TrosKompas hem ontmoet in een Hilversums restaurant, komt er iemand binnen met de uitstraling van een jonge hond. Gretig. Een twinkeling in de ogen. Vol met ideeën. Voor zichzelf én voor anderen. “Ik heb altijd het geluk gehad dat ik meerdere talenten had. Het heeft betekend dat ik in mijn carrière niet alleen hoefde te focussen op het artiest zijn. Wil je fulltime artiest zijn, moet je op zijn minst een beetje narcistisch zijn aangelegd. Al zijn er natuurlijk gradaties narcisme. Ik heb gewerkt met artiesten die het alleen maar over zichzelf hadden. Werd je helemaal gek van! Op het moment dat ik als artiest even helemaal geen zin meer had om met mezelf bezig te zijn, stapte ik makkelijk van de bühne af en ging ik op de achtergrond voor anderen werken. Hierdoor heb ik in de loop der jaren makkelijker kunnen overleven in ‘het vak’ omdat ik niet zo dringend eigen hits nodig had. Een lekker gevoel.”

Journalistieke start
Hoewel Koelewijn al ruim een halve eeuw vol enthousiasme in de muziek zit, was het aanvankelijk zijn droom om journalist te worden. In het begin van zijn loopbaan heeft hij dan ook nog een aantal jaar twee carrières naast elkaar gehad. “We namen Kom Van Dat Dak af op in november 1959, dat was tijdens mijn eindexamenjaar. Mijn wens was altijd al om in de journalistiek te gaan werken en op de HBS werd dat steeds sterker. In die tijd begon ik echter ook met het spelen in bandjes. Vrijwel direct na de HBS kon ik bij het Eindhovensch Dagblad aan de slag als leerling journalist. Dat was nog knap lastig, want in de journalistiek moet je ook weekenddiensten draaien. En in de weekends was ik natuurlijk altijd op pad met mijn bandje. Dat loste ik op door met mijn collega’s diensten te ruilen. Deed ik op weekdagen hun avonddiensten, deden zij mijn weekenddiensten. Zodoende werkte ik dag en nacht, maar dat vond ik niet erg. Ik ben van nature een bezig baasje. Op een gegeven moment kreeg ik van platenfirma Phonogram (Philips) de vraag of ik bij hen producties wou komen doen. Toevallig waren toen ook het Eindhovensch Dagblad en de Nieuwe Eindhovense Krant aan het fuseren en stonden een aantal banen op de tocht. Ik heb toen definitief voor de muziek gekozen, ook omdat ik redeneerde dat als ik zelf weg zou gaan, iemand anders misschien niet ontslagen hoefde te worden.”

Gevleid
Vanaf dat moment is het balletje gaan rollen en maakte Koelewijn naast zijn eigen grote hits (onder meer Je Wordt Ouder Papa, Angeline (M´n Blonde Sexmachine), KL204 (Als Ik God Was) en De Sprong In Het Duister) ook ontelbare liedjes voor anderen. Daarbij bewees hij ieder genre wel goed in zijn vingers te hebben. Rock, pop, country, palingsound, carnavalskrakers en zelfs een Songfestivalsucces voor Marga Bult. “Ja, met Rechtop In De Wind’ werden we vijfde. Dat was in 1987. De hoogste notering in jaren en sindsdien is geen Nederlandse artiest meer zo hoog geëindigd. Ik blijf het gek vinden dat je er bijna niemand meer over hoort. Maar ja, zo is het nu eenmaal.” Dat hij nu een oeuvreprijs krijgt toebedeeld, vindt Koelewijn een hele eer. Dit omdat hij het als een vorm van erkenning ziet voor ál het werk dat hij heeft gedaan. “Ik heb als artiest van tijd tot tijd muziekprijzen gekregen in de loop van mijn carrière, waar onder veel gouden platen. Die laatste waren niet alleen voor mijn eigen werk, maar ook voor mijn producties voor anderen. Voor de buitenwereld ‘onzichtbare’ prijzen. Veel mensen weten namelijk niet wat ik allemaal heb geproduceerd. Dat is niet erg. Dat is het lot van de producer. Dat ik nu de TrosKompas Oeuve Award krijg voor mijn volledige werk, doet me enorm goed. Dit omdat het een prijs is die erkent wat ik in de loop der jaren als artiest én als producer heb betekend voor de Nederlandse muziek. Ik kan zo een aantal mensen bedenken die deze prijs ook zouden verdienen, dus voel ik me enorm vereerd en ben gevleid dat men juist mij heeft gekozen voor deze allereerste editie.”

Toekomstplannen
Waar veel artiesten een oeuvreprijs aangrijpen om eens lekker achterover te gaan leunen en terug te kijken, blijft Koelewijn vooral vooruit kijken. “Er is nog zo veel wat ik wil doen. Ik heb onlangs nog een album uitgebracht, Een Gelukkig Man. Ik had het gevoel dat ik nog een creatief ei te leggen had en ik vind het persoonlijk een van mijn beste albums. Het laat horen hoe ik in het leven sta. Als Een Gelukkig Man dus. En ik wil er graag nog een maken. Al maak ik daar geen haast mee. Daarnaast zijn er al tien jaar plannen om eens een samenwerkingsproject te gaan doen met George Kooymans en Boudewijn de Groot. Ons idee was – en is – om op een Crosby, Stills & Nash manier ieder zelf onze liedjes te schrijven en die dan met zijn drieën uit te voeren. Het is er nog nooit van gekomen omdat we het alledrie druk hebben met andere projecten. Maar wie weet, als onze agenda’s het nog eens toelaten? Ik heb er in ieder geval hartstikke veel zin in!”

[Dit interview is origineel gepubliceerd in TrosKompas #1, 2011]

Edgar Kruize is freelance tekstschrijver en journalist. Gespecialiseerd in (live) entertainment, muziek en film en daarnaast in teksten voor de zorgsector.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *