“Ik wil iets meer duistere films maken dan de andere animatiestudio’s”

Categories Interview

Deze week gaat in Nederland Despicable Me (in het Nederlands: Verschrikkelijke Ikke En De Rest Kan Stikke) in première. Het is de eerste animatiefilm van het nieuwe Illumination Entertainment, maar daar achter gaat een oudgediende schuil. De nieuwe studio is het geesteskind van Chris Meledandri, voorheen hoofd van de animatieafdeling van 20th Century Fox. Ik sprak hem voor onder meer Mediazine en MovieScene.

Meledandri is producer van Despicable Me en eerder al bij zijn vorige broodheer was hij  in die hoedanigheid onder meer verantwoordelijk voor de succesvolle Ice Age, Horton en The Simpsons-films. “Deze film heeft alles in zich wat ik met mijn nieuwe studio wil maken. Een verhaal dat meerdere generaties aanspreekt, een script dat niet terugdeinst om de rafelrandjes van het bestaan te tonen en natuurlijk heel veel humor.”

De volgende film die op uitkomen staat bij je nieuwe studio is – net als succesnummer Horton –een verfilming van een Dr. Seuss. Waarom heb je de sprong met je eigen studio, waarvoor Universal de distributie doet, niet gemaakt met een film die een geheid succes is?
“Omdat ik op zo’n manier niet naar films maken wil kijken. Horton was een succes ja, maar dat wil niet zeggen dat een volgende Dr. Seuss-film, we maken The Lorax, ook automatisch scoort. Ik wilde Illumination Entertainment van start laten gaan met een film die me na aan het hart lag. Een film waar ik zelf om moest lachen. Waar mijn kinderen om moeten lachen. Ik vind het een nare gedachte dat momenteel in Hollywood de trend heerst om bewezen successen te pakken en daar op voort te borduren. Het vak ‘film maken’ is toch in eerste instantie bedoeld om een creatieve uitlaatklep te zijn en originele verhalen te vertellen?”

Maar er moet wel geld verdiend worden, natuurlijk…
“Dat is absoluut waar. Maar dat betekent niet dat je in herhaling moet vallen. Ice Age was een succes, maar de vervolgfilms waren niet direct zouteloze herhalingsoefeningen. Ze waren inhoudelijk erg anders, maar wel trouw aan hetgeen mensen met Ice Age associëren. Ik ben van mening dat een goede film zichzelf verkoopt en dat het publiek open staat voor frisse, nieuwe ideeën. Vandaar ook dat we er bij Despicable Me voor hebben gekozen om hoofdpersoon Gru een slechterik te laten zijn. Eentje die je als kijker niet direct in je hart sluit. Natuurlijk blijkt hij uiteindelijk een klein hartje te hebben, maar het is de weg daar naartoe die interessant is. Gru is gewoon – net als iedereen – op zoek naar erkenning en denkt dat hij dit alleen kan bereiken door ‘s werelds grootste superschurk te worden en als ultieme misdaad de maan wil stelen.”

We hadden vooraf verwacht dat de hulpjes van Gru, de Minions, wel een wat grotere rol zouden hebben, omdat ze zo prominent in de promotie van de film figureren.
“We hebben onszelf enorm in moeten houden, want het verhaal draait om Gru en wat er met hem gebeurt als hij ineens verantwoordelijk wordt voor drie jonge kindjes. Dat moesten we niet uit het oog verliezen. Het liefst hadden we nog veel meer grappige scènes gemaakt met zijn leger aan hulpjes, maar ik vergeleek het tijdens de productie al met het maken van Ice Age. Daarin is eekhoorn Scrat voor iedereen een favoriet. Maar die laten we ook niet de hele film zien. Door ‘m te doseren, werkt zijn karakter alleen maar sterker. Ik denk dat dit voor de Minions ook geldt.

Steve Carrell geeft Gru zijn stem. Hij was ook al in Horton te horen. Hoe ga je te werk bij het casten van een stem? Komt de ‘bekende naam’ eerst? Of ontwikkel je eerst een karakter en kijk je dan wie deze het beste in kan vullen?
“In het geval van Gru had ik Steve al hoog op mijn lijstje staan, omdat de samenwerking met Horton zo goed was bevallen. Ik zocht iemand die een slechterik kon spelen, maar die tegelijkertijd ook een zachte en komische kant kon laten horen. Steve was gelukkig meteen enthousiast. Vergeet niet dat de stemacteurs in de meeste gevallen hun vocalen eerst doen, waarna de animatie pas van start gaat. Die moet op hun stemklank worden aangepast., zodat het ‘past’. We hadden veel komieken in de cast. Niet alleen Steve, maar ook Russel Brand en Jason Segal. Dus veel van de dialogen komen niet uit het script, maar werden ter plekke geïmproviseerd. Wat de karakters alleen maar meer diepgang geeft. Om op de vraag terug te komen, ik cast het liefst mensen die de rol naar een hoger plan kunnen tillen. Zijn ze bekend, heel fijn, want dat is altijd goed voor de publiciteit. Maar het is geen vooraf vaststaande eis dat we ‘bekende namen’ nemen.”

Zeker nu de diverse studio’s met 3D de wereld pogen te veroveren, komt de ene na de andere animatie in de bioscoop. Waarin wil jij met Illumination Entertainment ‘anders’ zijn?
“Op meerdere vlakken. Zoals ik net al zei, ik wil niet voortborduren op bewezen successen. Al zou er een vervolg komen op Despicable Me, wil ik dat die film geen platte kopie wordt van de eerste. Daarnaast wil ik iets meer duistere films maken dan de andere studio’s. Zo werken we bijvoorbeeld aan een animatieversie van The Addams Family met Tim Burton en aan een filmversie van Ricky Gervais Flanimals. Films met een scherp randje. Ook wil ik productioneel een compleet andere invulling geven aan de animatiewereld. De techniek van tegenwoordig stelt ons in staat met mensen van over de hele wereld te werken en tot ver buiten de grenzen van Hollywood te kijken.”

Leg eens uit hoe dat in de praktijk werkte bij deze film?
“Beeldtaal is universeel en doordat er zo veel nationaliteiten aan de film hebben gewerkt, durf ik Despicable Me met een gerust hart een ‘wereldanimatie’ te noemen. Zo konden we op regie en scriptniveau werken met mensen wiens moedertaal geen Engels is. Daarnaast hebben we – en daar ben ik erg trots op – gewerkt met een internationaal team van illustratoren. De wereld is zo klein tegenwoordig. Je hoeft niet meer te vissen in de beperkte vijver binnen de Amerikaanse industrie. Iedere studio is er op uit om talent bij de ander weg te kapen, waardoor uiteindelijk elke film er hetzelfde uit gaat zien. Via het internet en breedband verbindingen kan je communiceren en werken met creatievelingen van over de hele wereld. Waarom daar dan geen gebruik van maken? De film heeft daardoor een meer Europese uitstraling gekregen, omdat veel tekenaars uit Spanje en andere zuid-Europese landen kwamen. Per project zoek ik wereldwijd de mensen die het meest geschikt zijn voor die klus en ik sta daarbij open voor iedereen.”

Gebrek aan ervaring is geen probleem?
“Nou ja, we hebben natuurlijk geen tijd om mensen aan de hand mee te nemen en ze het vak te leren. Daar zijn opleidingen voor. Maar ze hoeven niet perse al een grote film op hun naam hebben staan. Creativiteit en flexibiliteit zijn veel belangrijker. Zo heeft aan Despicable Me een jongen meegewerkt die voorheen alleen maar korte filmpjes van een paar minuten had gemaakt. Maar zijn talent was niet te ontkennen en we zijn blij hem aan boord te hebben.”

Wat zou je animatietalent willen adviseren dat het in de internationale animatiewereld wil maken?
“Vooral heel veel oefenen en je eigen stijl ontwikkelen. Ga aan de slag bij een lokale animatiestudio, leer de fijne kneepjes en zorg dat je daarnaast zichtbaar blijft op het internet. De mogelijkheden zijn eindeloos en de techniek steeds geavanceerder, zodat in feite iedereen met een goede computer en een dosis ideeën gewoon zelf aan de slag kan. Je ziet de laatste jaren zo veel prachtige animatie gemaakt worden wereldwijd. Het is enorm inspirerend.”

In Nederland hebben we in het geheel geen animatiecultuur. Er is welgeteld één avondvullende animatie gemaakt en die is inmiddels al 27 jaar oud…
“Echt waar…? Hmmm… ik zou zeggen dat het JUIST een grote kans is voor aanstormend animatietalent om zichzelf te profileren. Op alle gebied. Creatief, technisch, op promotioneel vlak. Succes draait om het vinden van de juiste mensen om een klus te klaren. Juist als er nog geen animatiecultuur is, is dat een uitgelezen kans om het gat te gaan vullen en gelijkgestemden te zoeken om iets op te bouwen. Begin klein en start met het maken van korte films met een eigen ‘smoel’. Zorg dat je een begrip wordt in eigen land en bouw het daarna langzaam uit. Dat op het moment dat je met zijn allen een idee hebt voor een avondvullende film, er geen distributeur meer is die nog om je heen kan.”

[Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Mediazine en op MovieScene.nl]

Edgar Kruize is freelance tekstschrijver en journalist. Gespecialiseerd in (live) entertainment, muziek en film en daarnaast in teksten voor de zorgsector.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *